Echtscheiding & Alimentatie
Alimentatie berekend op basis van het Rapport Alimentatienormen
Wanneer je trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, ga je een wettelijke zorgplicht aan. Bij een scheiding stopt die zorgplicht niet direct. Er kan dan sprake zijn van een voortgezette onderhoudsverplichting: partneralimentatie.
De duur van partneralimentatie hangt af van jouw situatie. In de meeste gevallen geldt een termijn van maximaal de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. Vanuit een samenwoonrelatie ontstaat deze wettelijke onderhoudsverplichting niet automatisch.
Wij berekenen de partneralimentatie op basis van behoefte, behoeftigheid en draagkracht, volgens de richtlijnen van het Rapport Alimentatienormen.
De hoogte van de te betalen partneralimentatie wordt bepaald aan de hand van drie begrippen: behoefte, behoeftigheid en draagkracht.
De welstand tijdens het huwelijk is bepalend voor de vaststelling van de behoefte. Deze wordt gebaseerd op het gezamenlijke netto inkomen tijdens het huwelijk. Volgens de zogenoemde hofnorm wordt de behoefte vastgesteld op 60% van het netto gezinsinkomen, nadat de kosten van de kinderen daarvan zijn afgetrokken.
De gedachte hierachter is dat uitgaven voor de kinderen niet hebben bijgedragen aan je eigen levensonderhoud. Daarnaast moeten er na de scheiding twee huishoudens worden gefinancierd. Daarom wordt niet uitgegaan van 50%, maar van 60%. Vervolgens wordt berekend hoeveel bruto alimentatie nodig is om dit netto niveau te bereiken.
Het enkele feit dat er behoefte is, betekent nog niet dat er recht is op partneralimentatie. Er moet ook sprake zijn van behoeftigheid. Dat betekent dat je onvoldoende eigen inkomsten hebt om in je levensonderhoud te voorzien en dat je deze inkomsten redelijkerwijs ook niet kunt verwerven. Persoonlijke omstandigheden spelen hierbij een belangrijke rol.
Tot slot wordt gekeken naar de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen. Nadat de kosten van de kinderen en het eigen levensonderhoud zijn voldaan, wordt beoordeeld of er nog ruimte is om bij te dragen aan het levensonderhoud van de ex-partner.
Daarbij wordt eerst het zogenoemde draagkrachtloos inkomen vastgesteld: de noodzakelijke eigen lasten. Wat daarna overblijft, is de draagkrachtruimte. In beginsel is 70% daarvan beschikbaar voor partneralimentatie. Kinderalimentatie gaat altijd vóór partneralimentatie. Pas wanneer in de kosten van de kinderen is voorzien, wordt gekeken naar de ruimte voor partneralimentatie.
In theorie hebben beide partners na de scheiding 60% van het oorspronkelijke netto gezinsinkomen (na aftrek van de kosten van de kinderen) nodig om op hetzelfde welstandsniveau te blijven leven.
In de praktijk blijkt echter vaak dat het gezamenlijke inkomen na de scheiding gelijk blijft of zelfs lager wordt, terwijl er twee huishoudens moeten worden onderhouden. Dat betekent dat je er financieel meestal op achteruitgaat.
De vastgestelde behoefte is daarom lang niet altijd bepalend voor de uiteindelijke hoogte van de alimentatie. De draagkracht van degene die moet betalen is vaak de beperkende factor. Daarnaast wordt gekeken naar een zogenoemde inkomensvergelijking: hierbij wordt beoordeeld of de ontvangende partner niet meer vrije bestedingsruimte overhoudt dan de betalende partner.
Heb je vragen naar aanleiding van deze informatie? Wil je partneralimentatie laten berekenen, een second opinion of een herberekening bij gewijzigde omstandigheden? Neem dan gerust contact op voor persoonlijk advies.
Bereken online de kosten van jullie scheiding.
Vrijblijvend advies en antwoord op jullie vragen tijdens een persoonlijk gesprek.